Onkostenvergoeding vrijwilligers

Naam wet of regeling
Belastingwet 2006.

Voor wie
De belastingdienst hanteert de volgende definitie van een vrijwilliger: 'Een vrijwilliger is een persoon die niet beroepshalve en op vrijwillige basis werkzaamheden voor een niet commerciële vereniging verricht, zonder dat hij daarvoor een reële arbeidsbeloning ontvangt'.

Doel
5De vrijwilliger krijgt de daadwerkelijk gemaakte kosten, die aantoonbaar zijn door middel van bewijsstukken (bonnetjes) en op basis van een ingediende declaratie vergoed. Bijvoorbeeld een na te rekenen aantal autokilometers van huis naar vrijwilligerswerk, of de aanschaf van materiaal die voor het vrijwilligerswerk noodzakelijk zijn. Aan deze vorm van vergoeding zit geen limiet. Het gaat om de werkelijk gemaakte kosten. 

2. De vrijwilliger ontvangt de vrijwilligersvergoeding
Een belangrijk kenmerk van vrijwilligerswerk is dat de vergoeding niet in verhouding staat tot de omvang van de verrichte werkzaamheden. Bovendien moet die vergoeding het karakter hebben van een onkostenvergoeding. De onbelaste, maximale vergoeding bedraagt € 150,- per maand, met een maximum van € 1500,- per jaar. Als de vrijwilligersvergoeding wordt toegepast, hoeft de vrijwilliger niet te bewijzen dat er kosten zijn gemaakt. De vrijwilligersvergoeding is niet van toepassing als de organisatie een aanvullende vergoeding van werkelijk gemaakte kosten betaald (zie 1), waardoor de totale vergoeding hoger wordt dan €150 per maand of €1500 per jaar. Met andere woorden, de vrijwilliger kan naast de vrijwilligersvergoeding niet ook nog een kilometervergoeding worden vergoed. Voor bijstandsgerechtigde is de maximale vaste vergoeding lager tenzij gemeenten anders besluiten (zie Inhoud).

3. De vrijwilliger ontvangt een vergoeding hoger dan de vrijwilligersvergoeding
Daartegen bestaat geen bezwaar, maar er is sprake van loon of inkomen wanneer niet aangetoond kan worden dat de vrijwilliger dit bedrag ook voor het vrijwilligerswerk heeft uitgegeven. Voor de vraag of er sprake is van een dienstverband gelden de gebruikelijke regels van de Wet op de loonbelasting 1964. Zie bij 4. Als geen sprake is van loon dan zal de vergoeding (ervan uitgaand dat de vergoeding hoger is dan de kosten) zijn aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden. Als geen sprake is van loon zal de organisatie via een zogenoemd IB47 formulier in één keer achteraf van alle vrijwilligers de ontvangen vergoeding (naam en sofi-nummer) opgeven aan de belastingdienst. Vrijwilligers doen zelf aangifte. De Belastingdienst controleert dat. Het is voor de organisatie gebruikelijk om aan alle vrijwilligers in het begin van een jaar, een overzicht te sturen met het bedrag 'verdiend in het afgelopen kalenderjaar' dat aan de belastingdienst zal worden opgegeven. Hij of zij wordt gevraagd binnen veertien dagen kenbaar te maken of de voorgenomen opgave klopt. Bij geen bericht wordt het bedrag daadwerkelijk opgegeven.

4. De vrijwilliger ontvangt een werkelijk loon als gevolg van een dienstverband
Het is mogelijk een vrijwilliger een dienstverband of een oproepcontract aan te bieden. De dan geldende voorschriften zijn onverkort van toepassing. De vereniging treedt in dit geval op als een normale werkgever.

Naar "Informatie & advies voor organisaties"
Naar "Deskundigheidsbevordering d.m.v. de Lekstroomacademie"
Naar "Promotie en financiering voor organisaties"
Naar "Downloads voor organisaties"